4e zondag van de Veertigdagentijd (jaar B)

14 Mar 2021

Op de vierde zondag van de Veertigdagentijd in jaar B worden (zoals op de derde en vijfde zondag) teksten van de evangelist Johannes gelezen over de aanstaande verheerlijking van Christus door diens kruis en verrijzenis. Op de vierde zondag verhaalt het evangelie (Joh. 3,14-21) wat Jezus zei tot de Farizeeër Nikodemus, die eens in de nacht bij Hem kwam. Jezus sprak hem over God die zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, “opdat alwie in Hem gelooft, niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben”.

Omdat de evangelies over de Samaritaanse vrouw, de blindgeborene en de opwekking van Lazarus (in het A-jaar) van het grootste belang zijn met het oog op de christelijke initiatie, kunnen zij eveneens genomen worden in het B- en C-jaar, vooral daar waar er catechumenen zijn.

Liturgische bijzonderheden op de 4e zondag van de veertigdagentijd

Gebruik van muziekinstrumenten

Op zondag "Laetare", de vierde zondag van de veertigdagentijd, is het gebruik van muziekinstrummenten toegestaan en mag het altaar met bloemen worden versierd. Op deze zondag kunnen gewaden van roze kleur gebruikt worden. (Paschalis sollemnitatis, 25)

Kleur paars of roze van de gewaden

Voor de liturgische gewaden wordt tijdens de veertigdagentijd de kleur paars gebruikt, maar waar dit gewoonte is kan overeenkomstig het traditionele gebruik op zondag 'Laetare'(vierde zondag in de veertigdanetijd de kleur roze gebruikt worden. (Algemeen Statuut Romeins Missaal, nr. 346 c en f)

Tweede onderzoek van de uitverkoren doopkandidaten

Op de vierde zondag van de veertigdagentijd vindt het tweede onderzoek plaats van de uitverkorenen voor het doopsel met Pasen; het is voor hen de periode van innerlijke zuivering en verlichting.

Wanneer deze ritus plaats vindt, worden de lezingen van het jaar A gebruikt met als evangelielezing die over de blindgeborene. Wanneer de plechtigheid omwille van pastorale redenen niet op deze dag kan plaatsvinden, neme men andere zondagen van de veertigdagentijd of zelfs daarvoor in aanmerking komende weekdagen. Omdat het evangelie over de blindgeborene, van het grootste belang is in verband met de christelijke initiatie, kan het – ook al behoort het tot het A-jaar – toch in het B- en C-jaar gelezen worden, vooral waar doopleerlingen zijn (Paschalis sollemnitatis, 24).

Over de uitverkorenen voor het doopsel wordt een smeekgebed en exorcisme uitgesproken, hun worden de handen opgelegd en zij worden weggezonden. Daarna wordt de eucharistie gevierd te beginnen met de voorbede (het gebed van de gelovigen, gevolgd door de geloofsbelijdenis (aan de uitverkorenen zal later de geloofsbelijdenis worden toevertrouwd); daarna vervolgt de eucharistie op de gebruikelijke wijze vanaf de bereiding van de offergaven. (vgl. Het doopsel van volwassenen, p. 82-87).