Aankondiging van de Heer (Maria Boodschap)

25 Mar 2019

Het hoogfeest van de Aankondiging van de Heer is van oosterse oorsprong en werd in de zevende eeuw ingevoerd in Rome onder de titel “Annunciatio Domini”, zoals het Liber Pontificalis getuigt. De oosterse ritussen hebben evenals de Ambrosiaanse ritrus dit feest steeds gerekend tot de hoogfeesten van de Heer. (Commentarius historicus Calendarii instaurati, - Calendarium Romanum, Vaticaanstad, 1969, p. 90)

Datum Hoogfeest van de Aankondiging van de Heer in 2016

Het hoogfeest van de Aankondiging van de Heer (Maria Boodschap) wordt van oudsher gevierd op 25 maart. Maar omdat 25 maart in dit jaar 2016 valt op Goede Vrijdag, en omdat de dagen van het Paastriduum, van de Goede Week en de Paasweek de voorrang hebben op de feesten van de Heer die op de algemene kalender voorkomen, is in het jaar 2016 het feest van de Aankondiging van de Heer verplaatst naar de eerste weekdag na het Paasoctaaf, d.w.z. maandag 4 april 2016. (vgl. Tabel van de liturgische dagen volgens hun rangorde, Directorium voor de Nederlandse Kerkprovincie 2015-2016, p. 10-11; 'Notitiae', 23 (1987), p. 397)

Betekenis van het hoogfeest van de aankondiging van de Heer

Op deze dag viert de Kerk “het hoogfeest van de Aankondiging van de Heer, waarbij de engel van de Heer in de stad Nazareth aan Maria de boodschap bracht: “Zie, gij zult zwanger worden en een zoon baren, en Hij zal Zoon van de Allerhoogste genoemd worden”. Hierop gaf Maria ten antwoord: “Zie, de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord”. En toen zo de volheid van de tijden was gekomen, heeft de Eniggeboren Zoon van God, die vóór alle eeuwen was, voor ons mensen en omwille van ons heil door de Heilige Geest het vlees aangenomen uit de Maagd Maria en is mens geworden.” (Romeins Martyrologium, 2008, p. 228)

Voor de plechtige viering van de Menswording van het Woord is in de Romeinse kalender de oude benaming “Aankondiging van de Heer” hernomen, ofschoon het de viering is van de Heer samen met die van de Maagd: d.w.z. zowel van het Woord, dat de zoon van Maria wordt (Mc. 6,3), alsook van de Maagd, die de Moeder van God wordt. Met betrekking tot Christus vieren Oost en West in hun liturgieën die vol zijn van onuitputtelijke rijkdommen, dit hoogfeest als de gedachtenis van het heilbrengende fiat dat werd gesproken door het Mensgeworden Woord, dat bij het binnentreden in de wereld heeft gezegd: “Zie, ik kom … God, om uw wil te doen” (Hebr. 10,7; Ps. 39, 8-9). Het is tevens de herdenking van het begin van de verlossing, evenals van de onscheidbare huwelijkseenheid tussen de goddelijke en de menselijke natuur in de unieke Persoon van het Woord.

Met betrekking tot Maria vieren deze liturgieën deze heilsfeiten als het feest van de Nieuwe Eva, de gehoorzame en gelovige Maagd, die door het uitspreken van haar edelmoedig fiat (vgl. Lc. 1, 38) Moeder van God is geworden door de werking van de Heilige Geest, alsook de waarachtige Moeder van de levenden: door de enige Middelaar (vgl. 1 Tim. 2,5) in haar lichaam op te nemen is zij de Ark van het Verbond en de waarachtige Tempel van God.

Dit hoogfeest is de herdenking van het ogenblik in de tijd, dat het hoogtepunt van een soort samenspraak die door God begonnen is met de mens over diens heil, en de gedachtenis aan de vrije instemming van de Maagd en aan haar medewerking om het goddelijk raadsbesluit omtrent de verlossing van de mens ten uitvoer te brengen. (Paus Paulus VI, Apostolische Adhortatie ‘Marialis cultus’, nr. 6).

Knielen tijdens de geloofsbelijdenis in de mis

De geloofsbelijdenis wordt door de priester samen met het volk gezongen of gezegd, terwijl allen staan. Op het hoogfeesten van de Aankondiging van de Heer knielen allen bij de woorden: “Hij heeft het vlees aangenomen door de Heilige Geest uit de Maagd Maria en is mens geworden” ("Et incarnatus est …"). (vgl. Algemeen Statuut van het Romeins Missaal, 137)