De paaswake

3 apr 2021

DE PAASWAKE IN DE NACHT VAN PASEN

Krachtens een zeer oude traditie wordt deze nacht wakend doorgebracht voor de Heer. De wake die men deze nacht viert ter gedachtenis aan de heilige nacht waarin de Heer is verrezen, wordt beschouwd als de de moeder van alle heilige nachtwaken. Want in deze nacht ziet de Kerk wakend uit naar de verrijzenis van de Heer die zij viert door de sacramenten van de christelijke initiatie. (Paschalis sollemnitatis, 77)

Er mogen geen andere liturgische vieringen (zoals gezinsvieringen) voorafgaan aan de paaswake; wel mag het getijdengebed (ook met kinderen) gebeden worden. (Bisschoppen van Nederland, De viering van het Paastriduum, V, 2, 2012, p. 22)

I. DE BETEKENIS VAN HET NACHTELIJK KARAKTER VAN DE PAASWAKE

De paaswake wordt in haar geheel in de nacht gevierd, zodat zij pas kan beginnen na het invallen van de duisternis en beëindigd moet zijn vóór de dageraad van de zondag. Deze regel is strikt te interpreteren. Tegengestelde misbruiken en hier en daar ingeslopen gewoonten om de paaswake te vieren op het tijdstip waarop men de zondagse eucharistieviering gewoonlijk anticipeert, worden veroordeeld. De redenen die door sommigen worden aangevoerd om de paaswake te vervroegen, bijvoorbeeld de openbare veiligheid, worden niet gebruikt voor de kerstnacht en andere soortgelijke bijeenkomsten. (Paschalis sollemnitatis, 78)

Dit betekent in onze streken dat de Paaswake niet mag beginnen op het tijdstip, waarop gewoonlijk de vooravondmis van de zondag wordt gevierd. Doorgaans zal daarom in onze streek de paaswake pas kunnen beginnen na 20.30/21.00 u. (Bisschoppen van Nederland, De viering van het Paastriduum, V, 1-2, 2012, p. 22)

De paaswake die de Hebreeën eens hebben doorgebracht in afwachting van het voorbijgaan van de Heer die hen uit de slavernij van Farao zou bevrijden, is door hen als jaarlijkse gedachtenisviering onderhouden; deze wake was een voorafbeelding van het ware Pasen van Christus, namelijk van de nacht van de ware bevrijding, waarin Christus de boeien van de dood heeft verbroken en zegevierend uit het dodenrijk is opgestaan.  (Paschalis sollemnitatis, 79)

Van het begin af aan heeft de Kerk het jaarlijkse Pasen, het feest der feesten, vooral met een nachtwake gevierd. Want de verrijzenis van Christus is de grondslag van ons geloof en van onze hoop; door het doopsel en vormsel zijn wij in het paasmysterie van Christus opgenomen, zijn wij mede gestorven, mede begraven, mede verrezen, en zullen wij ook met Hem heersen. Deze wake is ook een uitzien naar de komst van de Heer.  (Paschalis sollemnitatis, 80)

II. DE OPBOUW VAN DE PAASWAKE

De paaswake is als volgt opgebouwd: na de lichtritus en de aankondiging van het paasfeest (paasjubelzang of eerste deel van deze nachtwake) overweegt de heilige Kerk de grote daden die God de Heer vanaf den beginne voor zijn volk heeft verricht (tweede deel of dienst van het Woord), totdat zij met haar nieuwe leden die in het doopsel zijn herboren (derde deel), wordt uitgenodigd aan de tafel die de Heer voor zijn Kerk heeft aangericht om zijn dood en verrijzenis te gedenken, totdat Hij komt (vierde deel). Deze volgorde mag door niemand eigenmachtig worden veranderd. (Paschalis sollemnitatis, 81)

Het eerste deel van de Paaswake: lichtritus en paasjubelzang

Het eerste deel bestaat in symbolische handelingen en gebaren die op een rijke en voorname wijze moeten voltrokken worden, zodat de gelovigen de betekenis ervan, die in de korte inleidingen en liturgische gebeden wordt opgeroepen, werkelijk verstaan.

Voor zover dit mogelijk is, wordt er buiten het kerkgebouw op een geschikte plaats een brandstapel aangelegd voor de zegening van het nieuwe vuur; dit moet zo opvlammen dat de duisternis inderdaad verdwijnt en de nacht verlicht wordt.

Er moet gezorgd worden voor een paaskaars. Om een werkelijk teken te kunnen zijn, moet zij vervaardigd zijn uit was, elk jaar nieuw en uniek zijn en opvallende groot. Het mag nooit een imitatie-kaars zijn, want zij moet het beeld oproepen van Christus, het licht van de wereld. Zij wordt gezegend met de tekenen en de woorden die in het missaal staan aangegeven of met andere die door de Bisschoppenconferenties zijn goedgekeurd. (Paschalis sollemnitatis, 82)

De processie, waarbij het volk de kerk binnentrekt, wordt uitsluitend door het licht van de paaskaars geleid. Zoals de Israëlieten in de nacht door de vuurzuil werden geleid, volgen de christenen op hun beurt de verrezen Christus. Zonder bezwaar kan er telkens na het antwoord ‘Wij danken God’ een acclamatie worden toegevoegd ter ere van Christus.

Terwijl het elektrisch licht gedoofd blijft, verbreidt het licht van de paaskaars zich geleidelijk naar de kaarsen die allen in de hand houden. (Paschalis sollemnitatis, 83)

De diaken verkondigt het “Exsultet”, de paasjubelzang, die in een groot lyrisch gedicht het gehele paasmysterie verhaalt in het kader van de heilsgeschiedenis.

Als er geen diaken is en ook de priester die voorgaat niet in staat is deze verkondiging te zingen, wordt deze taak desnoods toevertrouwd aan een cantor. De Bisschoppenconferenties kunnen deze paasjubelzang aanpassen door enige acclamaties voor het volk erin op te nemen. (Paschalis sollemnitatis, 84)

De lezingen uit de heilige Schrift vormen het tweede deel van de wake. Daarin worden de grote gebeurtenissen uit de heilsgeschiedenis beschreven. Bij het rustig overwegen hiervan worden de gelovigen geholpen door de zang van de antwoordpsalm, door momenten van stilte en door het gebed van de priester die voorgaat.

De vernieuwde ordening van deze wake heeft zeven oudtestamentische lezingen uit Wet en Profeten, grotendeels ontleend aan de oudste traditie, zowel van het oosten als van het westen; zij kent verder twee nieuwtestamentische lezingen, één van de apostel en één uit het evangelie. Zo verklaart de Kerk het paasmysterie van Christus, beginnend met Mozes en alle profeten. Daarom neemt men overal waar dit mogelijk is, al deze lezingen; zo houdt men vast aan het eigen karakter van de paaswake die uiteraard van lange duur is. Waar evenwel de pastorale omstandigheden eisen dat dit aantal lezingen verminderd wordt, worden er tenminste drie uit het Oude Testament gelezen, ontleend aan Wet en Profeten; nooit mag de lezing uit Exodus 14 met bijbehorende lofzang worden weggelaten. (Paschalis sollemnitatis, 85)

Voor de paaswake in de heilige nacht is voorzien in zeven lezingen uit het Oude Testament die Gods wonderwerken in de heilsgeschiedenis gedenken, en twee uit het Nieuwe, namelijk de boodschap van de verrijzenis volgens de drie synoptische evangelies en de lezing uit de Apostel over het christelijk doopsel als sacrament van Christus’ verrijzenis … Het is goed om op te merken dat zij een centrale plaats innemen, omdat het representatieve teksten zijn die wezenlijke onderdelen van de theologie van het Oude Testament verkondigen, vanaf de schepping via het offer van Abraham tot de belangrijkste lezing: de uittocht. De vier volgende lezingen verkondigen de kernthema’s van de profeten. (Homiletisch Directorium, 48)

Een zeer rijke bron om de verbanden te begrijpen tussen de thema’s van het Oude Testament en de vervulling ervan in het paasmysterie van Christus wordt geboden door de gebeden die volgen op elke lezing. Zij brengen eenvoudig en duidelijk de diepe christologische en sacramentele betekenis van de teksten uit het Oude Testament tot uitdrukking, omdat zij spreken over de schepping, het offer, de uittocht, het doopsel, de barmhartigheid van God, het eeuwig verbond, het schoonwassen van de zonde, de verlossing en het leven in Christus.  … Een andere nuttige bron om de passages uit de Schrift te verstaan is de antwoordpsalm die op ieder van de zeven lezingen volgt. Het zijn gedichten die worden gezongen door christenen die met Christus zijn gestorven en nu met Hem delen in zijn verrezen leven. (Homiletisch Directorium, 50)

De typologische zin van de teksten uit het Oude Testament is geworteld in het Nieuwe en wordt verduidelijkt in het gebed dat de priester na elke lezing uitspreekt; maar ook is het goed de gelovigen op deze betekenis voor te bereiden door een korte inleiding, die gehouden kan worden door de priester zelf of door de diaken. Met het oog hierop zullen de nationale en diocesane commissies ten behoeve van de priesters hulpmiddelen samenstellen. Na de lezing wordt de psalm gezongen, waarbij het volk antwoordt met het keervers. … Met zorg zal men erop toezien dat de psalmen niet vervangen worden door korte volkse gezangen. (Paschalis sollemnitatis, 86)

Na de lezingen uit het Oude Testament wordt de lofzang ‘Eer aan God in den hoge’ gezongen – overeenkomstig de plaatselijke omstandigheden worden daarbij de klokken geluid – en wordt het openingsgebed uitgesproken; aldus wordt de overgang gevormd naar de lezingen uit het Nieuwe Testament. Vervolgens wordt de vermaning van de apostel gelezen over het doopsel als inlijving in het paasmysterie van Christus.

Dan staan allen op en zet de priester tot driemaal toe het ‘Alleluia’ in, op telkens hogere toon, waarna dit telkens door het volk wordt herhaald. Indien dit nodig is, zet de psalmist of de cantor het ‘Alleluia’ in, dat door het volk wordt overgenomen en als acclamatie wordt gezongen tussen de verzen van psalm 118 (117), die zo vaak in de apostolische prediking over Pasen wordt aangehaald. Tenslotte wordt de verrijzenis van de Heer verkondigd in het evangelie als hoogtepunt van de gehele dienst van het Woord. Na het evangelie mag een homilie, hoe kort ook, niet ontbreken. (Paschalis sollemnitatis, 86)

In de context van de liturgie van deze nacht brengt de Kerk ons door middel van deze lezingen tot het hoogtepunt ervan: het evangelieverhaal over de verrijzenis van de Heer. Wij worden ondergedompeld in de stroom van de heilsgeschiedenis door middel van de initiatiesacramenten, die in deze paaswake worden gevierd, zoals de prachtige passage bij Paulus over het doopsel ons in herinnering brengt. In deze nacht blijkt heel duidelijk het verband dat bestaat tussen de schepping en het nieuwe leven in Christus, tussen de historische uittocht en de definitieve in het paasmysterie van Jezus, waaraan alle gelovigen deelnemen door middel van het doopsel, alsook tussen de beloften van de profeten en de verwezenlijking ervan in de liturgische mysteries die worden gevierd. (Homiletisch Directorium, 49)

Derde deel van de Paaswake: de viering van het doopsel

Het derde deel van de wake is de viering van het doopsel. Het Pasen van Christus en ons Pasen worden nu onder sacramentele tekenen gevierd. Dit komt evenwel pas ten volle tot uitdrukking in kerken die een doopvont bezitten, vooral wanneer er de christelijke initiatie van volwassenen wordt voltrokken of wanneer er althans het doopsel van kleine kinderen plaats heeft. Maar zelfs als er geen dopelingen zijn, wordt er in de parochiekerken toch het doopwater gezegend. Indien deze zegening niet in de doopkapel maar in het priesterkoor gebeurt, zal het doopwater daarna naar de doopkapel worden gebracht om er gedurende de gehele paastijd bewaard te worden. Op plaatsen waar noch dopelingen zijn, noch een doopvont die gezegend moet worden, wordt de gedachtenis van het doopsel gevierd door de zegening van water, bestemd voor de besprenkeling van het volk. (Paschalis sollemnitatis, 88)

Daarna heeft de hernieuwing van de doopbeloften plaats. Deze wordt ingeleid met een kort woord van de priester die voorgaat. De gelovigen staan met een brandende kaars in de hand en antwoorden op de ondervraging. Vervolgens worden zij met water besprenkeld: aldus roepen de tekenen en woorden bij hen het doopsel in herinnering dat zij eens hebben ontvangen. De priester gaat door de kerkruimte en besprenkelt het volk, terwijl allen de antifoon ‘Vidi aquam’ (‘Ik heb water zien stromen’) zingen, of een ander gezang dat op het doopsel betrekking heeft. (Paschalis sollemnitatis, 89)

Vierde deel van de Paaswake: de eucharistische liturgie

De viering van de eucharistische liturgie is het vierde deel van de wake en tevens het hoogtepunt ervan, want de eucharistie is in de volste zin van het woord het paassacrament als gedachtenisviering van het kruisoffer en aanwezigheid van de verrezen Christus, de voltooiing van de christelijke initiatie en de voorproef van het eeuwige Pasen. (Paschalis sollemnitatis, 90)

Men zal ervoor zorgen dat deze viering van de eucharistie niet in een snel tempo plaatsvindt; het is juist van belang dat alle handelingen en woorden ten volle tot hun recht komen: de voorbede, waarin de pasgedoopten voor het eerst als gelovigen hun koninklijk priesterschap uitoefenen; de offergang, waaraan ook de pasgedoopten deelnemen; het eerste, tweede of derde eucharistisch gebed, en wel gezongen, met speciale inlassingen, tenslotte de communie als het ogenblik van de volledige deelname aan het mysterie dat gevierd wordt. Hierbij kan eventueel psalm 118 (117) worden gezongen met als antifoon ‘Christus, ons paaslam is geslacht’, of psalm 34 (33) met als antifoon het drievoudig ‘Alleluia’ of een ander gezang dat de paasjubel uitdrukt. (Paschalis sollemnitatis, 91)

Het is passend dat bij de communie van de paaswake de eucharistische tekenen ten volle tot hun recht komen, en wel doordat men de communie onder de gedaanten van brood en wijn ontvangt. De plaatselijke ordinaris moet de wenselijkheid van dit verlof en de gegeven omstandigheden nagaan. (Paschalis sollemnitatis, 92) 

GETIJDENGEBED

De dagsluiting van Stille Zaterdag wordt enkel gebeden door hen die niet deelnemen aan de paaswake. (Institutio Generalis Liturgiae Horarum, 212)

De Paaswake vervangt de lezingendienst. Voor wie niet deelneemt aan de plechtige paaswake bestaat de lezingendienst minstens uit vier lezingen met daarbij behorende lofzangen en gebeden, ontleend aan deze wake. Bij voorkeur kiest men de lezingen uit Exodus, ezechiël, de Apostel en het evangelie. Daarop volgt het "U, God, loven wij" en het gebed van de dag. (Institutio Generalis Liturgiae Horarum, 212)