De vierde zondag van de advent (Jaar C)

23 dec 2018

Schriftlezingen van de eucharistie vierde zondag advent (jaar C):

Eerste lezing: Mich. 5, 1 - 4a;
Antwoordpsalm:
Ps. 80;
Tweede lezing:
Heb. 10, 5 - 10;
Evangelie:
Lc. 1, 39 - 45

 

Met de vierde zondag van de advent is Kerstmis intussen dichtbij gekomen. De atmosfeer van de liturgie gaat van vurige oproepen tot bekering over op de gebeurtenissen die zeer dicht bij de geboorte van Jezus staan. Er is een koerswijziging, die in de tweede prefatie van de advent naar voren wordt gebracht. Alle lezingen – van de profeten tot de apostelen, tot de evangelies – draaien rond het mysterie dat door de aartsengel Gabriël aan Maria wordt verkondigd. (Homiletisch Directorium, 96)

De lezing van het evangelie

Het verhaal van de boodschap aan Maria bij Lucas is het Evangelie dat in jaar B wordt gelezen; het wordt in hetzelfde Evangelie gevolgd door het bezoek aan Elisabet dat in jaar C wordt gelezen. Deze gebeurtenissen hebben een bijzondere plaats in de devotie van zeer veel katholieken. Het eerste gedeelte van het gebed, dat als een van de kostbaarste wordt beschouwd, het Weesgegroet, bestaat uit de woorden die door de aartsengel Gabriël en Elisabet tot Maria worden gericht. De boodschap aan Maria is het eerste vreugdevolle geheim van de rozenkrans, het bezoek aan Elisabet is het tweede. Het Angelus-gebed is een uitgebreide meditatie over de boodschap aan Maria, en wordt dagelijks door veel gelovigen gebeden – ‘s morgens, ‘s middags en ‘s avonds. De ontmoeting tussen de aartsengel Gabriël en Maria, over wie de Heilige Geest neerdaalt, wordt in veel meesterwerken van de christelijke kunst voorgesteld. (Homiletisch Directorium, 97)

Het Evangelie in jaar C betreft hetgeen Maria deed onmiddellijk na de ontmoeting met de engel die haar de ontvangenis van de Zoon van God boodschapte: “In die dagen reisde Maria met spoed naar het bergland”, om haar verwante Elisabet te bezoeken, die zwanger was van Johannes de Doper. Bij het horen van de groet van Maria sprong het kind op in de schoot van Elisabet. Dit is het eerste van de zovele ogenblikken waarop Johannes de aanwezigheid van Jezus aankondigt. Het is ook leerzaam na te denken over de houding van Maria, wanneer zij zich realiseert dat zij Gods Zoon in haar schoot draagt. Zij gaat “haastig” Elisabet bezoeken om zo te kunnen constateren dat “niets voor God onmogelijk is”; en door zo te doen brengt zij Elisabet en de zoon in haar schoot een grote vreugde. (Homiletisch Directorium, 108)

 

De Kerk vereenzelvigt zich met Maria

In deze laatste dagen van de advent vereenzelvigt heel de Kerk zich met Maria. Op het gezicht van de Kerk zijn de gelaatstrekken van de Maagd geprent. De Heilige Geest is nu werkzaam in de Kerk, zoals Hij altijd werkzaam is geweest. Daarom bidt de priester in het gebed over de offergaven, wanneer de samenkomst op deze zondag het eucharistisch mysterie binnengaat: “God, moge de Geest, wiens kracht Maria heeft overschaduwd, zodat zij moeder werd van de Heer, ook de gaven heiligen die wij op uw altaar hebben neergelegd”.

Door de eucharistie, door de kracht van de Heilige Geest zullen de gelovigen in hun eigen lichaam dragen wat Maria in haar schoot droeg. Evenals Maria zullen zij “haastig” de naaste goed moeten doen. Hun goede daden, gedaan naar het voorbeeld van Maria, zullen dan de anderen verrassen met de tegenwoordigheid van Christus, zodat er in hen een opspringen van vreugde is. (Homiletisch Directorium, 109)