Gedachtenis van het Onbevlekt Hart van Maria

20 jun 2020

Op deze dag viert de Kerk “de Gedachtenis van het Onbevlekt Hart van de heilige maagd Maria, die in haar hart de herinnering heeft bewaard aan de heilsmysteries - welke in haar Zoon tot stand zijn gebracht - en die vurig uitziet naar de voltooiing ervan in Christus.” (Romeins Martyrologium, 2008, p. 37)

“Op de dag na het hoogfeest van het Heilig Hart van Jezus viert de Kerk de gedachtenis van het Onbevlekt Hart van Maria. Het feit dat de twee vieringen kort na elkaar plaatsvinden, is op zich al een liturgisch teken van het nauwe verband tussen beide: het mysterium van het Hart van de Verlosser wordt geprojecteerd en weerspiegeld in het Hart van de Moeder, die ook deelgenoot en leerlinge is. Zoals het hoogfeest van het Heilig Hart de heilsmysteries van Christus viert op synthetische wijze door ze te herleiden tot hun bron - namelijk het Hart -, zo is de gedachtenis van het Onbevlekt Hart van Maria de samenvattende viering van de deelname “van harte” aan het heilswerk van haar Zoon: van de menswording tot de dood en verrijzenis, tot de gave van de Geest.

De devotie tot het Onbevlekt Hart van Maria heeft zich ten gevolge van de verschijningen van de Maagd in Fatima in 1917 zeer verbreid. Bij de vijfentwintigste verjaardag hiervan in 1942 wijdde Pius XII de Kerk en de mensheid toe aan het Onbevlekt Hart van Maria en in 1944 werd het feest van het Onbevlekt Hart van Maria uitgebreid tot heel de Kerk.

De uitingen van volksvroomheid voor het Hart van Maria zijn een getrouwe weergave van die ter ere van het Hart van Christus, ook al behouden zij de onoverbrugbare afstand tussen de Zoon, ware God, en de Moeder, slechts een schepsel: toewijding van de individuele gelovigen, gezinnen, religieuze gemeenschappen, naties, eerherstel, door het gebed tot stand gebracht, versterving, werken van barmhartigheid, de praktijk van de vijf eerste zaterdagen van de maand.

Wat de devotie van de sacramentele communie op de vijf eerste, op elkaar volgende zaterdagen betreft […]: nadat men iedere overwaardering van het tijdelijk teken verwijderd heeft en de communie op de juiste wijze een plaats gegeven heeft binnen de context van de viering van de eucharistie, moet de godvruchtige praktijk verwezenlijkt worden als een gelegenheid die gunstig is om intens, met een door de Maagd geïnspireerde houding het paasmysterie te beleven dat men in de eucharistie viert. (Directorium over volksvroomheid en liturgie, 174)