Hoogfeest van de Heilige Drie-eenheid - zondag na Pinksteren

7 jun 2020

Op het hoogfeest van de allerheiligste en ondeelbare Drie-eenheid, belijdt en vereert de Kerk de ene God in Drie-eenheid en de Drievuldigheid in eenheif. (vgl.Romeins Martyrologium, 2008, p. 37)

Uitbreiding van het feest over de hele Kerk

Op de zondag na Pinksteren viert de Kerk het hoogfeest van de Heilige Drie-eenheid. In de late Middeleeuwen bracht de devotie van de gelovigen voor het mysterie van de ene en drie-ene God (die vanaf de Karolingische tijd een belangrijke plaats in de privé-godsvrucht had gehad en uitingen van liturgische godsvrucht had doen ontstaan) Johannes XII ertoe in 1334 het feest van de Drie-eenheid uit te breiden tot de hele Latijnse Kerk. Deze gebeurtenis had op haar beurt een beslissende invloed bij het ontstaan en de ontwikkeling van sommige oefeningen van godsvrucht. (Directorium over volksvroomheid en liturgie, 157)

De eucharistieviering

Op het hoogfeesten van de allerheiligste Drie-eenheid, zijn teksten uitgekozen die aan de belangrijkste kenmerken van deze vieringen beantwoorden. (Ordo lectionum missae, 108)

De verering van de Heilige Drie-eenheid in de volksvroomheid

Wat de volksvroomheid betreft jegens de verheven Drie-eenheid, het centrale mysterie van de christelijke geloofsleer, is het hier niet zozeer nodig deze oefening van godsvrucht te vermelden, als wel te onderstrepen dat iedere echte vorm van christelijke godsvrucht noodzakelijk moet verwijzen naar de ware enige, ene en drie-ene God, de almachtige Vader en zijn eniggeboren Zoon en de Heilige Geest. Dat is het mysterie van God, zoals het ons in Christus en door Hem is geopenbaard. Zo manifesteert het zich in de heilsgeschiedenis. Deze is immers niets anders dan de geschiedenis van de wegen waarlangs en van de wijze waarop de ware en enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest, zich aan de mensen openbaart en zich met de mensen, die zich door de zonde van Hem afgekeerd hebben, verzoent en verenigt. (Directorium over volksvroomheid en liturgie, 157)

De oefeningen van godsvrucht die een trinitaire stempel en dimensie hebben, zijn werkelijk talloos. Het merendeel daarvan begint met het kruisteken en “in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest”, dezelfde formule als die waarmee de leerlingen van Jezus gedoopt zijn (vgl. Mat. 28, 19) en waarmee zij een leven beginnen van innig contact met God, als kinderen van de Vader, broeders van de mens geworden Zoon, tempel van de Geest. Andere oefeningen van godsvrucht openen met “Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest”, daarbij beginformules overnemend die gelijk zijn aan die van het huidige getijdengebed. Weer andere eindigen met de zegen die gegeven wordt in de naam van de drie goddelijke personen. En er is een niet gering aantal oefeningen van godsvrucht waarvan de gebeden overeenkomstig het karakteristieke schema van het eucharistisch gebed zijn gericht “tot de Vader door Christus in de Geest” en doxologische formules bieden die door liturgische teksten geïnspireerd zijn. (Directorium over volksvroomheid en liturgie, 157)

Het cultisch leven is een dialoog van God met de mens door Christus in de Heilige Geest. Daarom is het noodzakelijk dat het gericht zijn op de Drie-eenheid ook in de volksvroomheid een constant element is. Het moet de gelovigen duidelijk zijn dat oefeningen van godsvrucht ter ere van de heilige Maagd, de engelen en de heiligen als uiteindelijk doel de Vader hebben - uit Wie alles voortkomt en naar Wie alles leidt - de Zoon, mens geworden, gestorven en verrezen, enige middelaar (vgl. 1 Tim. 2, 5) - zonder wie het onmogelijk is tot de Vader te komen (vgl. Joh. 14, 6) - en de Geest, enige bron van genade en heiliging. Het is belangrijk het risico te vermijden dat men het idee koestert van een “godheid” die geabstraheerd wordt van de goddelijke Personen. (Directorium over volksvroomheid en liturgie, 158)

Onder de oefeningen van godsvrucht die tot de drie-ene en ene God gericht zijn, is naast het bidden van de kleine doxologie (Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest...) en de grote doxologie (Ere aan God in den hoge) te vermelden het bijbelse (Heilig, Heilig, Heilig) en liturgische (Heilige God, sterke Heilige, onsterfelijke Heilige) Trishagion, zeer verspreid in het oosten en ook in verschillende landen, ordes en congregaties in het westen. Het liturgische Trishagios is geïnspireerd door andere, op het bijbelse Trishagion gebaseerde liturgische gezangen - zoals het Sanctus in de liturgieviering, in de hymne Te Deum, in de Improperia van de rite van de kruisverering op Goede Vrijdag, die op hun beurt afstammen van Jesaja 6, 3 en de Apokalyps 4, 8. Het is een oefening van godsvrucht waarbij de biddenden in gemeenschap met de machten van de engelen herhaaldelijk de heilige, sterke en onsterfelijke God verheerlijken met uitingen van lof, ontleend aan de Heilige Schrift en de liturgie. (Directorium over volksvroomheid en liturgie, 159)