Tweede en derde zondag van de advent (Jaar C): Johannes de Doper

9 dec 2018

Schriftlezingen van de eucharistie

tweede zondag advent (jaar C):

Eerste lezing: Bar. 5, 1 - 9;
Antwoordpsalm:
Ps. 126;
Tweede lezing:
Fil. 1, 3 - 6 + 8 - 11;
Evangelie:
Lc. 3, 1 - 6

 

derde zondag advent (jaar C):

Eerste lezing: Sef. 3, 14 - 18a;
Antwoordpsalm:
Jes. 12, 2 - 3 + 4bcd + 5 - 6;
Tweede lezing:
Fil. 4, 4 - 7;
Evangelie:
Lc. 3, 10 - 18

 

De passages uit het evangelie van de tweede en derde zondag van de advent worden beheerst door de figuur van Johannes de Doper. De Doper is niet alleen vaak ook de hoofdpersoon van de evangelieperikopen in het weekdaglectionarium in de weken die volgen op deze zondagen. Maar ook concentreren alle evangelieperikopen van 19, 21, 23 en 24 december zich op de gebeurtenissen rond de geboorte van Johannes. Ten slotte sluit de viering van de doop van Jezus door de hand van Johannes de hele cyclus van Kerstmis af. (Homiletisch Directorium, 87)

Origenes, een meester-theoloog uit de derde eeuw, heeft gewezen op een patroon dat een groot mysterie tot uitdrukking brengt: Jezus wordt ongeacht de tijd van zijn komst bij die komst voorafgegaan door Johannes de Doper. Het gebeurde immers dat Johannes zelfs al in de moederschoot opsprong om de aanwezigheid van de Heer aan te kondigen. In de woestijn bij de Jordaan kondigde de prediking van Johannes Hem aan die na hem moest komen. Toen hij Hem doopte in de Jordaan, ging de hemel open, daalde de Heilige Geest neer over Jezus in een zichtbare gedaante en een stem uit de hemel verkondigde Hem als de beminde Zoon van de Vader. De dood van Johannes werd door Jezus verstaan als het teken om vastberaden op weg te gaan naar Jeruzalem, waar Hij wist dat Hem de dood zou wachten. Johannes is de laatste en de grootste van alle profeten; na hem komt en handelt voor ons heil Hij die door alle profeten werd aangekondigd. (Homiletisch Directorium, 88)

Het goddelijk Woord, dat eens in Palestina vlees is geworden, komt ook tot iedere generatie van gelovige christenen. Johannes ging vooraf aan de komst van Jezus in de geschiedenis en gaat nu nog vooraf aan zijn komst onder ons. In de gemeenschap van de heiligen is Johannes tegenwoordig in onze huidige samenkomsten, hij kondigt Hem aan die komende is, en hij spoort ons daarom aan tot berouw. Daarom laat de Kerk in de lauden iedere dag het gezang opstijgen dat Zacharias, de vader van Johannes, aanhief bij zijn geboorte: ‘En gij, kind, zult profeet zijn van de Allerhoogste, want gij gaat voor de Heer uit om zijn weg te banen, gij zult zijn volk de boodschap van verlossing brengen, door de vergeving van hun zonden’ (Lc 1, 76-77). (Homiletisch Directorium, 89)

Als onderdeel van de voorbereiding op de tweevoudig komst van de Heer luistert het christenvolk naar de voortdurende oproepen van Johannes tot berouw. Deze weerklinken in het bijzonder in de evangelies van de tweede en derde zondag van de advent. Maar wij horen niet alleen de stem van Johannes in de passages uit de evangelies: de stemmen van alle profeten van Israël verenigen zich in de zijne. “Maar als gij het van Mij wilt aannemen: Deze is de Elia die zou komen” (Mat. 11, 14). Men zou met betrekking tot alle eerste lezingen in de cycli van deze zondagen ook kunnen zeggen dat hij Jesaja is, Baruch (eerste lezing op de tweede adventszondag jaar C), of Sefanja (eerste lezing op de derde adventszondag jaar C). Iedere godsspraak van een profeet, uitgesproken in de liturgische samenkomst van deze tijd, is voor de Kerk een echo van de stem van Johannes, die hier en nu de weg voor de Heer bereidt. Wij worden voorbereid op de komst van de Mensenzoon in glorie en majesteit op de laatste dag. Wij worden voorbereid op het feest van Kerstmis van dit jaar. (Homiletisch Directorium, 90)

Het lectionarium van de advent is in feite een boeiende verzameling van teksten uit Oude Testament die op mysterieuze wijze hun vervulling vinden in de komst van Gods Zoon in het vlees. […] Christus komt voortdurend en de dimensies van zijn komst zijn talrijk. Hij is gekomen. Hij zal wederkeren in heerlijkheid. Hij komt met Kerstmis. Hij komt nu reeds, in iedere viering van de Eucharistie die in de loop van de advent wordt gevierd. Op al deze dimensies is de poëtische kracht van de profeten van toepassing: “Vrees niet, Sion, en laat uw handen niet verslappen. De Heer, uw God, is bij u als een reddende held” (Sef. 3, 16-17; derde zondag C). (Homiletisch Directorium, 94)

Iedere samenkomst waarin de Schriften worden verkondigd, is bijvoorbeeld het “Jeruzalem” van de profeet Baruch (tweede zondag C): “Jeruzalem, leg uw kleed van rouw en ellende af en bekleed u voor immer met Gods heerlijke schoonheid”. Ziehier een profeet die ons uitnodigt tot een precieze voorbereiding en ons oproept tot bekering: “Sla de mantel van Gods gerechtigheid om, zet op uw hoofd de schitterende kroon van de Eeuwige”. Het vleesgeworden Woord zal in de Kerk blijven en zo worden tot haar de woorden gericht: “Op, Jeruzalem, ga op de hoogte staan en kijk uit naar het oosten: daar zijn uw kinderen weer samen op het woord van de Heilige, van zonsopgang tot zonsondergang. Zij zijn blij, nu God weer aan hen denkt”. (Homiletisch Directorium, 91)

Het verrast dan ook niet dat de geest van gespannen verwachting gedurende de weken van de advent groeit, dat de celebranten op de derde zondag zijn bekleed met gewaden van een vreugdevolle roze kleur en dat deze zondag zijn naam ontleent aan de eerste woorden van de antifoon bij de intrede, die sinds eeuwen gezongen wordt op deze dag, woorden ontleend aan de Brief van de heilige Paulus aan de Filippenzen: ‘Gaudete – Verheugt u in de Heer te allen tijde. Nog eens: verheugt u! De Heer is nabij’. (Homiletisch Directorium, 87)