Tweede zondag van Pasen – Beloken Pasen (Jaar C)

28 apr 2019

Octaafdag van Pasen

De tweede zondag van Pasen – in het Nederlands ook “Beloken Pasen” genoemd – is de laatste dag van het Paasoctaaf en besluit de Paasweek.

Dominica in albis

Deze zondag wordt “dominica in albis”, “witte zondag” genoemd. Deze uitdrukking verwijst naar de witte gewaden waarmee de pasgedoopten na het ontvangen van het doopsel werden bekleed en waarin zij gekleed waren gedurende het hele paasoctaaf. Het was het teken van de onschuld die zij verkregen hadden door het doopsel krachtens het sacrament dat van zonden zuivert en de volkomenheid van het nieuwe leven in genade en geloof herstelt. Dit zeer oude gebruik was al een overgeleverde gewoonte, toen het werd verhaald in de eerste teksten van de christelijke literatuur (vgl. Ambrosius, De mysteriis, 7,34). Onze liturgie heeft de herinnering eraan bewaard, wanneer tegenwoordig nog bij de overdracht van een “alba”, een “wit” kleed de celebrant zich richt tot de pasgedoopte met de aansporing: “Je bent een nieuwe schepping geworden en met Jezus Christus ben je bekleed. Laat dit witte kleed het teken zijn van je waardigheid; dat je het zonder smet mag dragen tot in het eeuwig leven”. 

Aan het einde van het paasoctaaf wordt het witte gewaad afgelegd; daarom heet deze dag de zondag “in albis depostis”, de zondag van de afgelegde witte gewaden, ofwel “post alba”, “na de witte gewaden”. Het uiterlijke teken houdt op, maar de innerlijke betekenis ervan moet niet wijken, nl. het eerzame en zuivere leven van de gedoopte christen. Deze bedoelde onschuld van christelijk leven is de herinnering en de opdracht die de viering van Pasen moet achterlaten en inprenten in ieder van ons. (Toespraak van paus Paulus VI vóór het Angelus op Beloken Pasen, 25 april 1976)

De zondag wordt ook aangeduid als zondag “Quasimodo” naar het beginwoord van het introïtus-gezang.

Lezingen

Tot en met de derde zondag van Pasen spreken de lezingen uit het evangelie over de verschijningen van de verrezen Christus. De eerste lezing wordt genomen uit de Handelingen van de apostelen; de tweede lezing is ontleend aan het boek van de openbaring. (Ordo lectionum missae, 100)

Wegzending

Gedurende het hele paasoctaaf tot en met de tweede zondag van Pasen wordt aan de weg­zendingsformule aan het eind van de mis en van het getijdengebed het tweevoudig "Allelui­a" toegevoegd. (Caeremoniale episcoporum, 373).

Zondag van de goddelijke Barmhartigheid

In verband met het paasoctaaf heeft zich recentelijk ten gevolge van de boodschappen van de op 30 april 2000 heilig verklaarde religieuze Faustina Kowalska steeds meer een bijzondere devotie verbreid voor de goddelijke barmhartigheid. Deze wordt rijkelijk geschonken door de gestorven en verrezen Christus, bron van de Geest die de zonde vergeeft en de vreugde herstelt, omdat men gered is. Aangezien de liturgie van de tweede zondag na Pasen of de zondag van de goddelijke barmhartigheid” - zoals hij nu genoemd wordt - de natuurlijke bedding vormt waarin het ontvangen van de barmhartigheid van de Verlosser van de mens tot uitdrukking moet komen, dient men de gelovigen op te voeden tot begrip van een dergelijke devotie in het licht van de liturgievieringen op deze dagen van Pasen. Immers, de Christus van Pasen is de definitieve incarnatie van de barmhartigheid, het levend teken ervan: historisch verlossend en tegelijkertijd eschatologisch. In dezelfde geest legt de liturgie van de paastijd ons de woorden van de psalm in de mond: “Uw genade, Heer, wil ik eeuwig bezingen” (Ps. 89 [88], 2). (Directorium over volksvroomheid en liturgie, 154)